-
vrijdag 11 mei 2012 • Peter van de Bunt in Arbeidsmarkt, Dagboek, Nieuws
Wachtgeld politieke ambtsdragers
Als alles goed gaat, worden baanloos geraakte politieke ambtsdragers (wat een kreet voor een kamerlid) in de sfeer van de uitkeringen gelijkgetrokken met alle andere werknemers. Het zou tijd worden. Wat ik mij echter afvraag is of het opheffen van deze volstrekte rechtsongelijkheid wel helemaal wordt doorgevoerd. Want dan wordt het namelijk echt interessant. Op basis van de berichtgeving tot op heden vrees ik het ergste: tot nu toe heb ik nergens gelezen dat hun uitkeringspercentage gaat worden genomen over het maximum daggeld.
Een kleine rekensom. De ww-uitkering bedraagt 70% (de eerste drie maanden 75%) van het laatst verdiende salaris. Voor iedereen die meer verdient dan zo’n € 4.225,- per maand wordt het nog meer schrikken, want bij dat bedrag stopt de teller. Iemand die € 7.000,- per maand verdient gaat niet terug naar 70% van € 7.000,- = € 4.900,- Neen, die gaat gewoon terug naar € 2.950,- per maand. De uitkering bedraagt dan dus 42% Minder dan de helft. Ga er maar aan staan.
Laat een kamerlid nou zo’n € 7.000,- verdienen. En laten diezelfde kamerleden nu hebben besloten dat de hulp aan werklozen in de vorm van een absoluut onzinnige en volkomen ondeugdelijke internettoepassing van UWV meer dan voldoende en zeker toereikend is.
Gelukkig is daar inmiddels een oplossing voor gevonden. Werkgevers worden geacht meer verantwoordelijkheid te nemen op het terrein van de begeleiding van werk naar werk. Er is zelfs sprake van een eigen risicoperiode van zes maanden. En dat is goed nieuws, want de praktijk van vandaag is dat hoe langer iemand uit de tentakels van UWV kan blijven, hoe beter dat is. Het zou goed zijn als de aanstaande ex-politieke ambtsdragers op dat punt niet worden gelijkgetrokken met andere werknemers. En uit eerste hand kunnen gaan vaststellen wat ze hebben veroorzaakt door blind te zijn voor de aansprekende ontwikkelingen bij UWV in de periode 2005 – 2010 en vooral bij die talloze professionele dienstverleners die UWV hielpen zich echt goed van hun taak te gaan kwijten.
Ik heb zo al twee namen waarvan van ik van harte hoop dat zij straks onder de kiesstreep terechtkomen. En achter die andere namen kom ik nog wel. Reken maar dat ik geen van allen ga helpen als ze bij mij aanbellen voor een outplacementtraject. Laat ze eerst zelf maar eens de schade opnemen! Hun namen hou ik geheim. Dan kunnen ze vast wennen aan de anonimiteit die hen rest na al die kamerjaren wanprestatie.
Geplaatst in -
donderdag 26 april 2012 • Peter van de Bunt in Dagboek
Kleine dingen
Donderdagmiddag, half vijf. De eerste 40 uur van mijn werkweek zitten er al weer zo’n beetje op. Ik had mij na ‘de blinde darm’ toch zo voorgenomen….. Hoe dan ook, daarnet legde ik de laatste hand aan onze nieuwe coach-werkmap. Nou ja, de laatste hand. Natuurlijk niet. Ik ben nooit tevreden en kwel mij altijd met de vraag of ’het’ nu goed genoeg is. En dat is het niet Dat is het nooit. Ook niet na ‘de blinde darm’. Ik had mij toch zo voorgenomen…. Ik leun uit het raam en doe iets wat ik mij na ’de blinde darm’ toch ook zo had voorgenomen nooit meer te doen: ik rook een sigaret. Het bleek dat ik zeer ernstige concentratieproblemen had als niet-roker en ik heb kans gezien mijzelf wijs te maken dat dit in het kader van mijn vreselijk belangrijke strategische verantwoordelijkheden volstrekt onverantwoord was. De aangeschafte electronische sigaret bood en biedt weliswaar behoorlijk veel soelaas, maar die krengen moeten regelmatig worden opgeladen. Althans, bij mij wel. Nu bijvoorbeeld. Ik overtuig mijzelf ervan dat ik er trots op kan zijn nog maar een fractie te roken van wat ik gewend was. En s’avonds rook ik al helemaal (bijna) niet meer.
Maar goed, die nieuwe werkmap. Helemaal aangepast op onze inmiddels gegroeide en stevige visie die ons voorschrijft dat je in een loopbaan altijd moet streven naar doen wie je bent. Daar heeft iedereen baat bij. Wederom twijfel. Zetten we niet te hoog in? Het is waar en wij zien het profijt, maar jagen wij potentiële klanten niet weg met deze schijnbaar misschien wel al te mooie waarheid? De tekst op de website is ook al helemaal aangepast….
Maar goed, die nieuwe werkmap. En die stevig aangezette visie. En de websitetekst. Met die drie zware gedachten in mijn hoofd hang ik uit het raam en blaas ik de rook naar buiten. Ik sta mij toe te genieten van dat moment, maar krijg de gedachten niet uit mijn hoofd. Weg genieten. Weg na ‘de blinde darm’.
Na ‘de blinde darm’ was toch niets belangrijker dan mijn eigen welzijn? En dat van mijn gezin, waar ik zielsveel van hou en zo enorm aan gehecht blijk te zijn? Was ik daar niet zo ontzettend mee geconfronteerd geworden tijdens ‘de blinde darm’? Ik denk aan de werkmap. Ik denk aan de commerciële (bah!) kansrijkheid van onze visie op loopbanen. Ik denk aan mijn welzijn. Ik denk. Ik twijfel. Ik word onzeker. Ik zet door. Ik doe wie ik ben. Ik geloof in de kracht van in ieder geval negen jaar doen wie ik was. Ook als het even niet leuk of spannend is.
En dan komt er een bestelbusje voorbij. Ik lees dat het gaat om een busje van een groenteboer. Geloof het of niet: hij heet Bas Wortel. En Bas heeft hij in oranje letters geschreven. Met een glimlach op mijn gezicht laat ik het busje uit mijn gezichtsveld verdwijnen. Die heeft ‘doen wie hij is’ in ieder geval letterlijk genomen. Hoe mooi kan het zijn? Ik zie op de parkeerplaats voor ons pand een merel in een plasje water zichzelf wassen. Ik heb geen idee waarom ik dat een mooi gezicht vind, maar ik vind dat wel. Dan gaat het regenen. De merel doet een paar trippelstapjes terug en gaat schuilen onder een geparkeerde auto. Logisch, een vogel in het water doet niet wie hij is.
Ik merk dat ik sta te genieten van die twee kleine dingen. Ook dat had ik mij na ‘de blinde darm’ voorgenomen. Pfff, toch nog iets overgebleven! Maar bovenal stel ik vast dat in die twee kleine dingen een mooie waarheid zit opgesloten. En die had ik zonder ‘de blinde darm’ toch echt niet gezien. Hoe subtiel kan een waarheid zijn.
Geplaatst in -
woensdag 11 april 2012 • Peter van de Bunt in Dagboek, Ondernemerschap
Ondernemerschap, ethiek, bedrijfsrecherche
Ik schijn er vannacht zelfs van te hebben gedroomd. Althans, ik heb woest met mijn armen om mij heen gemept en mijn ademhaling leek op momenten op die van een doldrieste stier. Wat was de aanleiding….?
Vlak voor het paasweekend meldde een potentiële outplacementklant mij zich te kunnen vinden in het plan van aanpak dat ik op zijn verzoek naar aanleiding van een uitgebreid kennismakingsgesprek voor hem had geschreven. Hij had er zelfs zin in gekregen. Bovendien pastte het budget binnen de (overigens zeer riante) regeling die hij met zijn werkgever rondom zijn gedwongen ontslag had afgesproken. Wel had hij nog een verzoekje. Tussen het planbudget en het budget dat hij van zijn werkgever had meegekregen zat nog zeker € 1.000,- ruimte. Het moest toch mogelijk zijn, zei hij, om het voorgelegde plan gewoon met die € 1.000,- op te plussen, om vervolgens die € 1.000,- aan te wenden voor de aanschaf van een Apple Tablet. Voor hem. Door mij…..
Omdat ik als ondernemer altijd blij ben met een nieuwe opdracht en ik in de regel niet star in elkaar zit, gaf ik aan op zoek te gaan naar de mogelijkheid om zijn wens mogelijk te maken. Voor het goede begrip merk ik nog op dat ik een dergelijk verzoek in de negen bestaansjaren van Elephant nog nooit had meegemaakt. Offertetechnisch was de gevraagde financiële plus zo geregeld: simpelweg de toegekende korting schrappen. De aanschaf van dat tablet lag wat lastiger, maar daar zou ik gedurende de paasdagen wel een slimmigheidje op weten te bedenken. Voor ik het wist had ik de offerte aangepast, uitgeprint en in veelvoud naar de nieuwe klant op de bus gedaan.
En toen begon de twijfel. Het van mij uit niet toekennen van de trajectsomkorting aan zijn werkgever was niet meteen diefstal. Maar hoe zou ik dat kunnen uitleggen wetende hoe onze spelregels in elkaar steken en waarom dat zo is. En wetende dat ons budgetplafond bovendien in onze brochures gedetailleerd wordt beschreven? Het ‘houd de dief!’ begon al door mijn hoofd te galmen. Los daarvan: stel dat ik het zou kunnen uitleggen, wilde ik dat wel? En dan het tablet. Het na aanvang van het traject overhandigen ervan was financieel niet zo’n punt. Maar hoe zuiver zou onze samenwerking dan nog zijn? Zou ik deze man in de ogen kunnen kijken zonder mij te herinneren hoe hij zijn werkgever (en mijn opdrachtgever) in ieder geval in mijn ogen heeft opgelicht?
Dinsdagochtend liet ik de man weten dat ik terugkwam op mijn inmiddels opgestuurde offerte. De man was verbaasd. Bij zijn werkgever zou er immers geen haan naar kraaien zolang het budget maar klopte (dat lijkt wat mij betreft toch echt een beetje op stelen) en ik zou toch probleemloos dat tablet fiscaal kunnen verantwoorden als cursusmateriaal of zo (volgens mij vraag je dan fraude te plegen als je dat, zoals wij, niet als zodanig standaard hebt opgenomen in je aanbod). Aansluitend liet hij gelukkig weten dan dus ook niet met ons in zee te gaan. Dat scheelde mij een besluit.
Gisteren is er echter naar de begrippen van Elephant wel behoorlijk wat geld door mijn vingers geglipt. Ik heb overwogen de betreffende werkgever te informeren over de handelswijze van in ieder geval één van zijn werknemers. Hoe ethisch is dat? Toen bedacht ik dat deze werkgever geld zat had om ook op eigen initiatief wel een bureau voor bedrijfsrecherche in te kunnen schakelen. De inkoopafdeling zou vast wel een scherpe offerte weten af te dwingen.
Had ik al verteld dat de man in kwestie op zoek was naar een baan in de inkoop?
Geplaatst in -
woensdag 04 april 2012 • Peter van de Bunt in Dagboek
vier man sterk
Vanmorgen liep ik onder die mooie poort door die mij naar ons kantoor aan de Vischmarkt in Harderwijk leidt. Direct om de hoek zie ik hoe drie man stratenmaakt op een stukje van ongeveer 20 keitjes. Het zijn stratenmakers die rijden in een busje van de gemeente Harderwijk. Een kwartiertje later kijk ik naar buiten. Die drie stratenmakers staan elkaar nog steeds in de weg te staan op datzelfde stukje keitjes van ongeveer een halve vierkante meter. Inmiddels heeft zich een opzichter bij het stel gevoegd.
Wie van deze mannen doet wie ‘ie is? En wie betaalt dat dan?
Geplaatst in -
vrijdag 30 maart 2012 • Peter van de Bunt in Dagboek
nog maar een maandje geleden
Het is nog maar een maand geleden dat mijn wereld, dat van mijn gezin en mijn ouders vanuit het niets volledig op zijn kop werd gezet. “Mijn lezers” weten hoe ziek ik ben geweest en hoe spannend het even was. Zelfs mijn broer heeft aan mijn bed gezeten (en dat was fijn). In het ziekenhuis en tijdens de eerste paar weken van mijn herstel thuis wist ik dat deze opduvel niet betekenisloos mocht worden voor mij. Mijn uitval heeft weliswaar niets te maken met hoe druk ik mij maak voor mijn werk, maar dat verandert aan het tussentijds opmaken van de balans helemaal niets. Ben ik tevreden met wat ik van mijn leven heb gemaakt en ga ik straks op dezelfde manier verder?
Deze week heb ik vrijwel volledig gewerkt. De meeste van mijn klanten heb ik inmiddels alweer bij mij aan tafel gehad. Vier ervan voor de laatste keer, want die hebben ineens allemaal een hartstikke leuk baan gevonden en verrastten mij met een olifant. Vier kennismakingsgesprekken gevoerd met mogelijk nieuwe klanten. Een paar hele forse herinneringsfacturen gestuurd. En ook ontvangen overigens. Het valt op dat ik nog steeds vriendelijker herinner dan dat ik herinnerd word. Wachten op ondertekende contracten, zodat we kunnen beginnen. Wachten duurt nog steeds lang. Uitgebreid de laatste Loopbaanhotelweek geëvalueerd (wat vind ik het jammer dat ik niet mee kon gaan). En de al lang geleden afgesproken bureaudag gepland voor volgende week. Ben ik tevreden met wat ik aan het doen ben en blijf ik dat op dezelfde manier doen?
Waar ik diep in mijn hart al bang voor was, dreigt te gaan gebeuren. De hitte van de dag haalt mijn mooie voornemens van reflectie en koersbepaling al weer helemaal in. Irritaties en frustraties die ik een maand geleden voelde en waar ik van af wilde, zijn gewoon weer op gang gekomen en ik duw ze gewoon weer weg. Successen en momenten van trots komen nog steeds op dezelfde manier op mij af en ik vier ze nog steeds op dezelfde manier: veelal in mijn eentje, want het parodoxale wil dat onze successen altijd leiden tot afscheid nemen. Ben ik tevreden met wat ik aan het doen ben en blijf ik dat op dezelfde manier doen?
Ik weet het niet. Er zijn mensen die voor dit soort momenten een coach opzoeken. Ik niet. Links en rechts voer ik korte gesprekjes. Net lang genoeg om iets te vertellen, net te kort om er echt bij stil te staan. Is dat onwil? Onmacht? Eigenwijzigheid? Angst? Stoerheid? Van alles een beetje? Het is in ieder geval een beetje dom. Maar ja, daar is onze aanstaande koning ook mee weggekomen….