-
vrijdag 20 januari 2012 • Peter van de Bunt in Dagboek
Concullega’s en tevredenheidsonderzoeken
In 2010 begon het. Een telefoontje van een soort van concurrent. Of wij hem konden helpen bij de realisatie van een re-integratietraject tweede spoor. Natuurlijk konden wij dat, maar eerst even kennis maken. En zo zat ik op een dag in de auto op weg naar een plaats hier een kilometer of 50 vandaan. Door de polder schoot ik lekker op. Toen ik langs een gevangenis reed wist ik dat ik in de buurt aan het komen was.
Ergens op een industrieterrein reed ik tegen een wat grauwe, vierkante doos aan. Het zag er niet echt aantrekkelijk uit, maar dit was wel de plek waar ik moest zijn. Ik parkeerde mijn auto naast een ik zal maar zeggen COA- achtig modelletje. Dat was wel een soort van indrukwekkend. Aan de andere kant: ik kon zelf ook wel zien dat het geld niet in het pand was gaan zitten. Maar goed. Toen ik naar binnen stapte, werd ik ontvangen in zo’n receptieruimte waar de balie was uitgerust met glazen ruitjes die je dicht kon schuiven. Er zijn omgevingen waar dat prima werkt. Op mij werkte het ook, maar niet stimulerend. Ik stelde mij voor en toen werd ik doorgelaten.
Eerlijk is eerlijk: het inmiddels gewekte imago verdween als sneeuw voor de zon. De binnenkant van het gebouw had een waar museumpje verborgen. En tussen de kunstschatten zaten mensen te werken in behoorlijke werkkamers. Ik werd binnengelaten bij de directeur van dit bedrijf, mijn aanstaande opdrachtgever. Ik werd joviaal door hem ontvangen, kreeg koffie aangeboden en mocht gaan zitten in zijn rijk ingerichte werkkamer. Het was duidelijk dat hij van zeilen hield en al snel wist ik hoe zijn boot eruit zag. En dat was niet als zo’n bootje waar de COA-klanten in de regel mee naar Europa varen. Voor de goede orde: ik vind het geen enkel probleem als mensen zich een boot kunnen permitteren. Ik zou er ook best graag weer een willen hebben. En de tijd om er mee te varen.
Na wat algemene uitwisselingen, werd de toon wat samenzweerdiger. Of wij ook zoveel gedoe hadden met het UWV. Jazeker, dat hadden we. De ene naam na de andere rolde over de tafel. En…. ik kende er geen eentje. En of ook ik vond dat er zo weinig en bovendien zo laat betaald werd door UWV. Ja, dat vond ik ook. Stap voor stap kwamen we tot de aanleiding van mijn bezoek. Ik kreeg een verhaal te horen over een werknemer, zoals alleen werkgevers over werknemers kunnen vertellen als ze van iemand af willen. Een kwestie van aanhoren dus, en je voortdurend herinneren dat ieder verhaal twee kanten heeft.
Om een lang verhaal kort te maken, Elephant werd geselecteerd als het bureau dat het traject wat de baas betrof mocht gaan uitvoeren. Nu nog de betreffende werknemer en de door mij in te zetten coach bij elkaar brengen. Dat kwam er een paar weken later van. Mijn coach was naar de blokkendoos van de opdrachtgever getogen, had een gesprek gevoerd met de betreffende werknemer en aansluitend ruzie gekregen met de baas. Want wat bazen niet willen is dat hun werknemers als de klant worden ervaren. Wie betaalt er nu helemaal de rekening? Tja, soms een spanningsveldje in ons business. En de door mij geselecteerde coach staat bekend als een hele goede coach, maar ook als iemand die ten aanzien van het gevoel voor verhoudingen een bijzondere kijk op zaken heeft. Ik vind dat wel leuk. Ik wel.
Hoe dan ook, weer een week later kreeg ik de baas aan de telefoon. Of we niet een beetje duur waren. En wat voor eikel die coach was. Neen, ik vond niet dat wij duur waren. Het tarief dat door ons was berekend leek erg op het tarief dat hij bij UWV in rekening bracht. En die coach? Ja, zeg het maar. Wat wil je? Een coach die de werknemer goed gaat helpen of een coach die de baas tevreden stelt? Allebei! Tuurlijk, maar laten we dat bepalen als het traject is afgerond. We kwamen uit het tarief en spraken een ludieke prestatievergoeding af. Als het traject niet positief zou worden afgerond, kreeg hij van mij persoonlijk een fles goede champagne. En als het traject wel positief zou worden afgerond, dan nam hij mij mee voor een dagje varen.
Binnen het jaar was het traject afgerond. Positief. Ik begreep van mijn coach wel dat de baas graag geïnformeerd wilde worden over voortgangskwesties die wat ons betreft niet door ons gedeeld mogen worden. En dat doet die coach dan dus ook niet. En hij legt dat op zijn manier uit. De eerste keer geduldig en voorkomend.
Dat dagje varen heb ik nooit aangeboden gekregen. En de fles champagne die ik had gekocht om het extra gezellig te maken staat nog steeds op mijn kamer. Vergeten, want wij hebben wel meer klanten.
Een paar weken geleden dacht ik er weer aan terug, toen de stukken voor het klanttevredenheidsonderzoek werden voorbereid. Ook deze opdrachtgever zou worden uitgenodigd deel te nemen.
Dat soort onderzoeken gaat helemaal digitaal en webbased, dus ik kon dagelijks volgen hoe de vlag er voor hing. De respons is anoniem, maar je kunt wel heel precies bijhouden hoe de cijfers zich ontwikkelen. Ik was best trots. Zowel klanten als opdrachtgevers scoorden hoog. Twee klanten vonden het nodig ons een 1 te geven. Daar stonden gelukkig zes tienen en tien negens tegenover.
En toen kwam er ineens een sombere opdrachtgevers-terugkoppeling. Dat viel op. En ik ging proberen te ontdekken welke opdrachtgever dat dan zou kunnen zijn geweest. Een toevalligheidje maakte dat dit lukte. Wacht even, klant succesvol uitgestroomd, blij met zijn nieuwe loopbaan, binnen budget, binnen de deadline.
Ik moest glimlachen. Concullega, m’n neus!
Geplaatst in -
woensdag 18 januari 2012 • Arthur Van Vliet in Dagboek
Visie
Nadat we uit waren gewaaid op het strand kwamen mijn lief en ik weer thuis van het strand. Bij mij was het idee gerijpt om te gaan schrijven over authenticiteit. Mijn vorige blog over beelden getuigt daarvan. Maar ik begon steeds meer de behoefte te voelen om een heus werk te schrijven over ‘De authentieke loopbaan’. Bij Elephant lopen we met de gedachte om onze relaties zo af en toe iets tastbaars te kunnen schenken. Bijvoorbeeld een boekwerkje met een selectie uit de blogs van het afgelopen jaar. Ook de meest gewaardeerde tweets uit de metaforenreeks en de beeldspraken zouden daar een plaatsje in kunnen vinden.
Maar het zou ook een mooi geschenk zijn als we een boekje weggaven over datgene waar we met al onze klanten naar op zoek zijn, een authentieke loopbaan ofwel gaan doen wie je bent. Mensen voor wie het moment aangebroken is om stil te staan bij de loopbaan zouden aan een dergelijk boekje steun hebben. Het zou een boekje worden dat handvatten geeft om stil te staan, om vervolgens weer richting te kunnen geven. Het is de visie van Elephant dat een mens er goed aan doet om dat met enige regelmaat te doen en niet te wachten op het moment dat de loopbaan stagneert, het werk verloren wordt of wanneer je gezondheid je dwingt om stil te staan.
Bij Elephant komen we veelal mensen tegen bij wie een van die drie factoren wel de aanleiding is geweest. Ook dan adviseren we om even stil te staan en niet te pogen om onmiddellijk je weg te vervolgen door enigszins verblind te solliciteren. Eerst de juiste vragen beantwoorden en dan op grond van de antwoorden je weg vervolgen. Al of niet met een veranderde richting. Visie heet dat en die visie borgt een duurzaam vervolg van je loopbaan. Die visie geeft je regie en zorgt er voor dat je niet met alle andere remmingen je weg vervolgt, misschien zelfs naar een mogelijke afgrond.
Mijn lief kwam ook thuis en vond een brief van het UWV. De brief bevestigde dat zij met succes haar WW uitkering had aangevraagd. Ze raakt namelijk haar baan kwijt per 29 februari. Ze werkt 17 jaar aaneengesloten voor een mooie organisatie waar ze een flinke portie aan heeft bijgedragen. Ze woont als P&Oer in het hart ervan. In de afgelopen drie jaren hebben nieuwe eigenaren er geen succes van weten te maken en staan faillissement en overname voor de deur. Een forse klap die de noodzaak van de hierboven beschreven visie schraagt en ondersteunt.
Mijn lief zal stil mogen staan. Verwerken en rouwen om dat wat ze kwijt is geraakt. Maar ook mogen kijken naar wie ze was, is en worden kan. Haar drijfveren, talenten en karaktereigenschappen anno nu mogen ordenen en op grond daarvan een kansrijke richting mogen kiezen die zal leiden naar een duurzame baan bij een organisatie die opnieuw kan profiteren van haar unieke talent. Visie heet dat.
De eerste regels in de UWV brief waren hoopgevend. De digitale aanvraag van de uitkering was gelukt. Het vervolg was wat minder. Mijn lief, die 36 jaar aaneengesloten heeft gewerkt en premie heeft betaald voor de verzekering die haar nu opvang wacht, kreeg een flink aantal geschreven verplichtingen om de oren. Half februari dient ze verplicht te verschijnen op een informatiebijeenkomst en als ze dat niet doet dan zwaait er wat. Lezen doen ze dus bij het UWV niet, want zoals u wel heeft gelezen is ze dan nog voor haar werkgever aan het werk. Zich ziek melden zal ze niet doen, dat ligt niet in haar aard. Doet ze het wel dan doet ze zich geweld aan. Dat weet ze van zich zelf. Ook schrijft het UWV dat ze nu meteen moet beginnen met solliciteren. Dat mag best een paar maanden naar een vergelijkbare baan, maar daarna is het afgelopen en zal ze ook met minder genoegen moeten nemen. Dat werkgevers daar niet aan meewerken (omdat zij wel zo slim zijn om geen mensen aan te nemen die onder hun niveau moeten gaan werken en tegen een bore-out op zullen lopen) scheelt het UWV niks.
Niet alleen de verplichtingen worden genoemd. Nadrukkelijk worden ook de consequenties gemeld en dat alles op een toon waarvan ik graag zou zien dat kleine crimineeltjes er mee worden aangesproken om maar te zwijgen van de grote. De mensen binnen het UWV kunnen er ook niet veel aan doen. Omdat ik soms met ze samenwerk weet ik dat er velen zijn die er nog iets van proberen te maken. Het UWV wordt aangestuurd door de politiek. Kamp in persoon. Als ik die man op televisie zie, zie ik een man die ik er van verdenk problemen te hebben met inleving. Kan hij niks aan doen. Helaas verdenk ik hem ook van een gebrek aan, u raadt het al. Visie!
Misschien komt er voor haar een baan vrij op een van de Waddeneilanden. Volgens Kamp moet ze daar dan maar gaan werken. Als hij de accommodatie nou ook betaalt heb ik weinig problemen met dit gebrek aan visie.
Geplaatst in -
maandag 09 januari 2012 • Arthur Van Vliet in Dagboek
Beeldspraak
Een tweetal weken voor ik er met Nieuwjaar een week tussen uitging om op het prachtige eiland Terschelling even uit te waaien met mijn lief, hebben we met Elephant een ander twittergedrag ingezet. We deden elke werkdag een metafoor en daar waren we wisselend tevreden over. Die metaforen werden regelrecht opgetakeld uit de gesprekken die onze coaches voerden. Elke keer als een coach besefte een metafoor te hebben gebruikt werd die genoteerd. Als het een originele was kwam deze in onze tijdlijn terecht.
Op Ameland, waar we onszelf op een Rust, Ruimte en Richting week trakteerden, besloten we om met beelden te gaan werken. Een treffend beeld voorzien van tekst. Onze volgers zouden er door geraakt kunnen worden. Een vraag, een stelling steeds voorzien van een beeld of eigenlijk andersom. De bedoeling? Volgers de mogelijkheid geven om zich naar aanleiding van het door ons gestuurde beeld, voorzien van tekst, zichzelf een vraag laten stellen. Natuurlijk willen we zo ook onszelf kenbaar maken als deskundigen op het gebied van authenticiteit in de loopbaan. Sindsdien is mijn telefoon voortdurend in de aanslag en probeer ik kiekjes te schieten die kunnen inspireren.
In mijn Nieuwjaars reces liep ik zoals gezegd rond op het eiland Terschelling. We ondernamen in de storm de tocht vanaf de Walvis naar Paal 2. De laatste rustplaats van Amor onze hond. Zoals altijd wachtte daar een zeehond ons op. Deze keer lag hij op het strand zelf te wachten om na ons gegroet te hebben de wilde zee weer in te schuifelen. Dag Amor. Ik schoot wat af met mijn camera. De zee en de lucht trakteerden ons op zo veel moois. Dat moest ik vastleggen. Dat ging zo wel door die week en toen ik thuis kwam laadde ik alles in mijn computer. Terwijl Mac zijn werk deed haalde ik een bak koffie van beneden. Tijdens dat korte tochtje door mijn huis werd ik mij meer bewust van alle beelden die in mijn huis hangen en de vraag drong zich in mij op of mijn loopbaan in alle beelden om mij heen vertegenwoordigd was.
Ik verdien mijn boterham als trainer en coach en eerlijk gezegd dacht ik dat er nergens in mijn huis het beeld van een trainer/coach te vinden zou zijn. Ik neem u even mee. In de woonkamer kijkt mijn vader lachend uit zijn lijst naar ons leven. En jawel, daarnaast ben ik zichtbaar. Mijn lief heeft mijn profielfoto in A4 formaat in een lijst gedaan. Ze houdt van hem. Gelukkig, daar is de trainer/coach en het neusje van de clown laat raden waar mijn kracht ligt. Maar daarmee houdt het wel op. Veel vakantie foto’s zijn in de woonkamer tegen de onderkant van de trap geschikt. Als we de trap opgaan zie ik aan mijn linkerhand de ene poster na de andere poster langskomen. Voornamelijk voorstellingen waarbij ik de rol van de onzichtbare hand heb aangenomen. Regie dus. Dan bovenaan veel foto’s van de voorstelling waar ik in artistieke zin het meest trots op ben: “Kruistocht in Spijkerbroek”. Op mijn kamer nog meer foto’s van voorstellingen waar voornamelijk anderen op schitteren. Dan een prikbord met mijn leven er op verbeeld tot zo’n tien jaar terug. Daarna was het prikbord vol. Van lang haar en baard boven tenger tanig lijf naar kale man met beginnend buikje. Hier en daar een foto van een rol in een voorstelling, maar dat zijn de uitzonderingen die een regel bevestigen. Mijn geliefden nemen een belangrijke plek in. Maar om nu te zeggen dat ik mijn loopbaan in beeld zie…..
Morgen ga ik weer aan het werk. In volgorde komt deze week het volgende op mij af. Maandag vergaderen, loopbaan-coaching, een ontmoeting met een arbodienst om samenwerking te onderzoeken. Dinsdag een teamdag begeleiden. Woensdag loopbaan-coaching en theaterlessen geven. Donderdag loopbaan-coaching. Vrijdag loopbaan-coaching. Veel autorijden tussen de bedrijven door.
Tussen al die bedrijven door kiekjes maken en die, in overleg, van tekst voorzien voor onze tweets. En dan ben ik weer terug bij de beelden in mijn huis waarvan tussen de honderden slechts die ene profielfoto te zien is. Het enige beeld dat linkt aan mijn loopbaan anno nu. Of? Ik kijk naar de twee kunstwerken op mijn kamer. Een doek van Moot Leijen dat de achtergrond vormde van het Mrozek festival. Een Aquarel dat een impressie geeft van ‘Een soort Alaska’, geschonken door een van de spelers. Ik sta er niet op maar ik heb ze niet zomaar gekregen. Hoe graag ik ook zelf de bühne pak. Duizend keer vaker mocht ik onzichtbaar zijn. Anderen moeten het uiteindelijk doen en waar maken.
Zo is de cirkel rond. Mijn klanten en de trainees die ik in groepen tegenkom moeten het allemaal uiteindelijk zelf doen. De coach en de trainer vormen ook daar de onzichtbare hand. Er komen geen posters van misschien. Maar ons bedrijf staat vol met honderden olifanten. Geschenken van klanten die het uiteindelijk zelf doen.
Geplaatst in -
vrijdag 30 december 2011 • Peter van de Bunt in Dagboek
2011
Zaterdag 24 december. Zoon Mats wordt veertien. Ik ben er al vroeg bij. Half zes in de ochtend om precies te zijn. Onbestemd word ik ruim voor de wekker wakker. Bijzonder. Het duurt vijf seconden voor ik besef waarom ik wakker ben. Ik schiet uit bed, duizel de slaapkamer uit en net op tijd zit ik op mijn knieën in de badkamer. Dat is niet goed, dacht ik nog.
De volgende ochtend om half zes word ik weer wakker. In de 24 achterliggende uren heb ik geslapen. Nou ja, zoiets dan. Ik ben zeker 40 keer wakker geweest en net zo vaak weer in slaap gevallen. Mijn lichaam staat krom van de pijn als gevolg van ik zal maar zeggen ongewenste en ongebruikelijke schokkende bewegingen. Ik zak naar beneden. Het hondje steekt sloom z’n kop op. De katten vrijen met het keukenraam, want meestal komen ze na zo’n verleidpartij wel binnen. Alle acties helpen en de dieren krijgen voor de eerste keer ontbijt, omdat ik daarna niet veel meer kan dan weer naar bed gaan. Om 11.00 uur sta ik voor de tweede keer op. Het gezin is al op gang. De dieren liggen volgevreten verspreid door de huiskamer. Het bed wordt afgehaald. Het dekbed wordt te drogen uit het raam gehangen. Mijn matras ook. Ik blijk drie kilo vocht te hebben verloren. In 24 uur.
Door de pijn in mijn lijf heen voel ik de bevrijding. De bevrijding van een uitzonderlijk jaar, waarin ik tot nog maar een maand geleden vooral aan het afbreken ben geweest. Afbreken is iets voor slopers, niet voor bouwers. En dat is wat ik ben. Een bouwer. Daarom had het afbreken wellicht vooral iets van verbouwen. Een verbouwing met de winkel open. En dan niet van een paar weken. Maanden heeft het geduurd. Mijn hemel, wat is het zwaar geweest.
De maandag voor de zaterdag waarop mijn zoon jarig was, is de verbouwing definitief opgeleverd. Het was een fijn feestje. Het voelde geweldig. Wat zijn we trots. En de bewijzen dat we de goede keuzes hebben gemaakt zijn inmiddels al talrijk. De ontlading volgde dus een paar dagen later.
Daarnet stond voor de laatste keer dit jaar de postbode voor de deur. Slechts één envelop. De Eneco. Jaarafrekening. Vorig jaar moest ik een vermogen bijstorten. Het lijkt mij net iets voor de Eneco om mij dit jaar op de valreep weer zo’n uitsmijtertje te verkopen. Ik ga eerst maar eens zitten voordat ik de envelop openmaak. Inderdaad, weer een uitsmijtertje. Maar nu van een andere aard: ik krijg geld terug. En als dank zit het nieuwe voorschotbedrag alvast bijgesloten: we gaan volgend jaar een beetje méér betalen! Ik wou dat ik zo kon ondernemen: ik breng mijn klanten een voorschot in rekening aan de hand van een onbegrijpelijke factuur, als ze niet op tijd betalen ga ik binnen een paar dagen herinneren en aanmanen. Elke herinnering breng ik kosten in rekening. En als dat niet helpt sluit ik ze gewoon af. Oh ja, een voorschot betekent vóóruit betalen. En als je teveel betaalt, wordt het keurig voor je opgespaard. Een jaar lang. Geen rente trouwens.
Nee, ik wou helemaal niet dat ik zo zou kunnen ondernemen. Laat mij maar, samen met mijn zeer gewaardeerde collega’s, prestaties leveren die niet zo vanzelfsprekend en gemakkelijk zijn. Echt bouwen. Aan onszelf, aan ons bureau en vooral aan en met onze klanten.
2011 vaarwel! 2012: welkom! WIJ ZIJN ER HELEMAAL KLAAR VOOR
-
maandag 05 december 2011 • Arthur Van Vliet in Dagboek
In het spel kent men de mens
De shuttle suist millimeters en met hoge snelheid over het net. Ik zie het racket van Willem aan de andere kant naar de shuttle gaan. De zijkant raakt de shuttle en die springt in het net. 15 -11! Op dat moment ben ik de nieuwe junior kampioen van BBC. Het is april 1972 als dit gebeurt en soms droom ik daar nog wel eens van.
Als gevolg mag ik naar het districtsteam Overijssel voor junioren om daar voortdurend afgedroogd te worden door mijn veelal van Indische afkomst komende tegenstanders. De coach focust voortdurend op mijn mentale weerbaarheid. Ik geniet te lang van een mooie rally die ik met een mooie dropshot heb weten te winnen om vervolgens de volgende drie rally’s te verliezen. Hij vloekt en tiert als ik geniet van de wijze waarop mijn tegenstander mij prachtig heeft uitgespeeld. Nooit je tegenstander bewonderen! Wees er ziek van! Maar dat werd ik niet.
We leven bijna in 2012 en veel is er niet veranderd. Onlangs speelde ik een potje golf met een drietal ondernemers. Een van mijn medespelers voegt mij tijdens het rondje toe: “god jongen, wat golf jij mooi. Maar wat een beroerd resultaat”. Ik houd me een dikke 40 jaar later ook meer bezig met het bewonderen van zijn spel en het opbeuren en helpen van een beginnende dame met een PR bedrijf die net is begonnen met golfen. Ik ga zoals zo vaak denderend weg maar bij een grote waterhindernis sluipt de angst in mijn spel. Net zoals bij spannende badmintonwedstrijden van vroeger. Als ik bij een set in de buurt van de 15 kwam, kwam ook de twijfel en ging mijn tegenstander, ook als hij vijf punten achter lag, alsnog over mij heen. Maar ik had wel mooi gespeeld. Net als bij dit potje golf hele mooi slagen maar wat een bedroevend resultaat.
Onlangs liep ik met Peter na lange tijd weer eens op een golfbaan. Hij had lang niet gespeeld, maar zoals zo vaak met mensen die het spel na een behoorlijk tijd weer oppakken ging het boven verwachting. Peter valt de bal aan. Op de fairway lijkt het hem een eitje en ziet hij kans te prutsen. Als hij in een onmogelijke positie ligt begint hij te glunderen en ziet hij de uitdaging en gaat er zonder twijfel vol in. Geen moment zie ik twijfel. Slechts besluitvaardigheid. Steeds meer karaktertrekken zie ik terug in zijn benadering van het spel. Doordouwen, verveling als het pacour geen uitdaging biedt, koppigheid als ik een veilige weg wijs en onderwijl met het spotten van roofvogels bezig zijn.
Als ik voor een grote waterhindernis sta, slaat bij mij de twijfel toe. Ik doe lang over mij keuze. Besluit veilig de omweg langs het water en over de fairway te kiezen. Kies een veilige stok. Sla een prachtige bal. Die hoog de lucht penetreert maar een meter te veel op rechts valt en daar is water. Peter kijkt verbaasd naar mij lachende gezicht. Tja ik vond het toch een mooie bal. Maar wat een resultaat.
Omdat Peter lang niet heeft gegolfd geef ik hem adviezen. Over de stok, wijze van slaan en strategie. Ik stel hem vragen over waarom hij slaat zoals hij slaat. Een hole of twee lang negeert hij mijn bemoeienis. Ik kom elke keer een paar slagen eerder aan en als we bij een volgende hole de green naderen en gelijk liggen besluit hij eens te luisteren. Enkele tellen later ligt de bal een meter van de pin. Twee mannen glunderen en ik denk ik nog wat meer dan hij.
Peter is vooral een ondernemer en een coach. Ik ben vooral een coach en een trainer die met mensen zoekt en nooit twijfel over een vraag.
Geplaatst in